De verschillende registers in het kort:

Prestant 8 voet
De basis. Het belangrijkste register van het orgel. Een groot aantal van deze pijpen staan in het front. De kleinste 18 pijpen zijn waarschijnlijk afkomstig uiteen huisorgel uit de 18e eeuw.

Holpijp 8 voet
Orgelpijpen uit 1720. Een zacht zoete klank. Een blokfluitachtig en rond geluid. Speciaal voor troostrijke gelegenheden.

Viola di Gamba 8 voet
Pijpwerk uit 1720 met een strijken geluid. Een beetje celloachtig; zacht en weemoedig.

Octaaf 4 voet
Samen met het prestant de basis van het orgel. Een hoog helder klinkend register. Iets hoger dan het prestant. De herkomst van de pijpen is uit verschillende periodes.

Holfluit 4 voet
Uit 1720. Hoog klinkend. Een zoet, zacht en troostrijk registeren. (een octaaf hoger dan de Holpijp).

Trompet 8 voet
Dit wordt het nieuwe register. Onvergelijkbaar met wat dan ook. De kroon op het werk.

Cornet discant 4 sterk
Divers 18e eeuws pijpwerk van onbekende afkomst. Zorgt voor een uitkomende stem, om de melodie extra te benadrukken. Per toon spreken 4 pijpen tegelijk.

Octaaf 2 voet
Pijpwerk stamt voornamelijk uit 1720. Het zijn de allerhoogste klanken. Het geeft helderheid aan het complete spectrum.

Bourdon 16 voet
Pijpen van grenen en orgelmetaal uit ca 1910. De aller laagste en allergrootste pijpen van het orgel.

Gedekt 8 voet
Het bas register. De tuba in de fanfare. Deze orgelpijpen staan in een aparte kast